Liedjes over de Zaan
De schoonheid van de Zaan is in de loop der eeuwen in alle toonaarden bezongen. Ook verschenen er talloze dichtstukjes over de fascinerende stroom, die dwars door de streek liep en die eeuwenlang de enige verkeersader van belang was, zodat alle vervoer over water ging. Pas in 1849 kreeg de Zaanstreek zijn eerste ‘landverbinding’ met andere
streken.Toen legde de Zaanlandsche Communicatie Maatschappij de weg van Westzaan over Assendelft naar Heemskerk aan. Maar daarvoor..? Varen, varen en nog eens varen!
Zaans Liedeken
In het Zaans Liedeken somde tekstschrijver Nicolaas Beets de grote aantrekkingskracht van de Zaan en de Zaanstreek op: mooie meiden, veel molens en je kon er lekker pannenkoeken eten. Het Kapiteinskoor ontfermde zich tien jaar geleden over dit negentiende eeuwse lied en zingt het nog regelmatig.
Nicolaas Beets was een bijzondere figuur. Hij werd in 1814 geboren en volgde een theologische studie aan de Universiteit van Leiden, waar hij in 1839 afstudeerde.
Hij werd predikant in Heemstede, maar eindigde uiteindelijk als hoogleraar aan de universiteit van Utrecht, waar hij in 1854 in dienst trad. Onder het pseudoniem ‘Hildebrand’ had hij toen al naam gemaakt als schrijver van de beroemde ‘Camera Obscura’, vermoedelijk – naast de bijbel – het meest herdrukte werk in ons land. Het was een bundel humoristische verhalen, maar toen Nicolaas de kansel besteeg werd hij zwaar op de hand. Zijn latere werk was vaak onbegrijpelijk, maar met het ‘Zaans Liedeken’ schreef hij een liedje, dat nog steeds tot de verbeelding spreekt. Nicolaas Beets overleed in 1903.
Het IJ is breed, de Zaan is breed:
Wie wil de Zaan bevaren?
De meisjes zijn er net gekleed
Zooals voor honderd jaren;
Haar oogen blauwen blank haar vel:
Ik mag de Zaansche meisjes wel.
Het IJ is breed, de Zaan is breed:
Wie wil de Zaan bevaren?
Men vindt er molens bij de vleet,
En rijke molenaren;
Maar wie de slanke dochters ziet,
Denkt aan de dikke molens niet.
Het IJ is breed, de Zaan is breed:
Wie wil de Zaan bezoeken?
Czaar Peter droeg er ’t ambachtskleed
En at er pannekoeken;
Maar ’t heeft hem levenslang berouwd,
Dat hij geen Zaansche had getrouwd.

Meer liedjes over de Zaan