De historie van de Zaan

De Zaan strekt zich uit van West-Knollendam in het noorden tot het Noordzeekanaal in het zuiden. Het is eigenlijk een geheimzinnig water. Was het ooit een rivier? Of was het een geul, die ontstaan was onder invloed van het getij, waaraan het middeleeuwse Flevomeer en de Noordhollandse meren onder hevig waren? Dateil uit kaart van Christiaan Sgroten, anno 1573. De geleerden kwamen er lange tijd niet uit. Hendrik Soeteboom, de zeventiende eeuwse historicus uit het oude Sardam, hield het op een aftakking van de Rijn, die al in de twaalfde eeuw was ontstaan. Die visie leverde in latere eeuwen een storm van kritiek op, maar werd ook door tal van geleerden gevolgd.

In 1945 beschreef professor Aris van Braam de historie van het water, waaraan de de dorpen langs de Zaan hun ontstaan hebben te danken. Hij verwees naar rampzalige vloedgolven als de Allerheiligenvloed van 1170, de rampen van 1287 en 1288 en de Marcellus- en Sint Elisabethvloed van 1404 en 1421, waarbij Petten-Hondsbos in de golven verdween. Door al deze enorme overstromingen veranderde het Flevomeer langzaam maar zeker in de Zuiderzee en ontstonden er getijdenstromen in de Hollandse meren, die in open verbinding met de nieuwe zee stonden.

Simon Eikelenberg signaleerde al deze invloeden op de Noordhollandse waterhuishouding al in 1714 in zijn boek ‘Gedaante en gesteldheid van Westvriesland voor den jaare 1300’. Hij trok als eerste de conclusie: “De Zaan is altijd een in-en uitwatering der meeren geweest.”

De naam

Waar komt de naam ‘Zaan’ vandaan. Ook dit is een onopgehelderd mysterie. Dr. G.J. Boekenoogen, die in 1899 zijn beroemde woordenboek De Zaansche Volkstaal publiceerde, zegt er over: “De oudste naamsvorm, die ons werd overgeleverd is Zaande. Daaruit is later Zane en vervolgens Zaan geworden.”

De eerste vermelding van het water trof de neerlandicus aan in een oorkonde uit 1290, waarin graaf Floris V visrechten verstrekte aan zijn vriend Gerrit van Velzen. De Achterzaan bij Zaandam anno 1870. Schilderij Claude Monnet. “Die helft van der visscherijen doere die Zaende, die onse was, tot der ander helft die hij er te voren ane hadden,” heette het in stokoud Hollands. Gerrit was trouwens niet erg dankbaar voor de schenking, want een paar jaar later behoorde hij tot de leiders van het complot dat de graaf met de dood moest bekopen. Overigens overleefde Gerrit het ook niet. Hij werd in een ton gestopt door woedende aanhanger van Floris. Ze sloegen hem vol draadnagels en rolden het vat net zo lang rond tot Van Velzen geen kik meer gaf.

Pas in 1532 werd het brede water voor het eerst de Zaan genoemd. Dat gebeurde in het privilegieboek van Westzaanen, waarin de plaatselijke wetten waren vastgelegd. Er was sprake van “ ’t selve water van die Zaan.” En zo zou het tot op de dag van vandaag blijven.

Dammen en sluizen

Om de overlast van het getij te bedwingen werd de Zaan aan het einde van de dertiende eeuw afgedamd. Wanneer dat precies gebeurde is niet bekend, maar in elk geval lag er in 1316 een Dam te ‘Saenderdam’, waarin bovendien een sluis was aangelegd. Dit blijkt uit rekeneningen van de graven en gravinnen van het Henegouwse Huis. In 1318 werd de sluis overigens dicht gegooid.
Gezicht op de Dam vanaf de Voorzaan met rechts de Oostzijderkerk, anno 1730. (F. Breukelaar).Aan de noordkant werd ook een dam gelegd. Deze werd de Noorddam genoemd en verbond de oevers van de Zaan bij Knollendam met elkaar. Deze dam werd pas gerealiseerd na de aanleg van de Dam in Zaandam. Volgens Van Braam moeten de dammen aan het einde van de dertiende eeuw zijn aangelegd.

Beide dammen maakten deel uit van een omvangrijk systeem van dijken en dammen, die allemaal aangelegd werden om de invloed van de zee op de landen van het Waterland, de Zaanstreek te beteugelen. Sluis te Zaandam gezien vanaf de Achterzaan, anno 1751 (Tekening De Beijer).De veiligheid nam er aanzienlijk door toe, maar doordat het getij geen invloed meer op de Zaan had, begon hij al snel dicht te slibben en ontstond er zelfs moerasvegetatie. Bovendien werd de scheepvaart ernstig gehinderd, waardoor vooral Alkmaarse kooplieden getroffen werden, toen ze niet langer door de Cromme Ye konden varen. In 1374 werd dit euvel verholpen door de aanleg van een sluis in de Noorddam.

De dijk, die bij Knollendam dwars door de Zaan lag, werd in de jaren 1632 - 1637 afgegraven. Een functie als zeewering was er niet meer, doordat eb en vloed in het gebied was verdwenen en de Alkmaarse kooplieden en schippers klaagden steen en been over de gebrekkige doorvaart in de Crommen IJe bij Krommenie. Met het verdwijnen van de dam kwam de doorvaart open en daarmee was de belangrijkste vaarroute van Amsterdam naar Alkmaar geopend. De betekenis van dit besluit was groot. De Zaanstreek geen een periode van grote economische bloei tegemoet, die uiteraard ook te maken had met de snelle opkomst van de windmolen-industrie, die van enorme omvang zou worden. Aan-en afvoer van produkten over de brede Zaan was immers geen enkel probleem meer.

De Zaan had in feite met het verdwijnen van de dam zijn definitieve vorm gekregen, al zou de Kuil ten zuiden van het schiereiland de Hemmes bij het Kalf in Oostzaandam steeds groter worden. Door afkalving verdwenen de buitendijkse landen van de Schinkeldijk, zoals de huidige Oostzijde eeuwenlang werd genoemd, geheel, waardoor de grote inham ontstond.

Negentiende eeuw

In de negentiende eeuw nam de betekenis van de Zaan snel af. Dat kwam vooral doordat de Zaankanters zich hevig verzetten tegen het idee het nieuwe Noordhollandse kanaal vanaf Knollendam op de Zaan aan te sluiten.Prentbriefkaart met sluis en gezicht op het eiland in de Voorzaan, anno 1890. De deftige kooplieden en de Zaanse regenten voelden er niets voor allerlei rapalje van zeeschepen in hun havens en herbergen te krijgen. Dat zou maar vreselijke gevolgen hebben voor de Zaanse deernes. De meisjes moesten in bescherming genomen worden tegen de ruige zeelieden en hun avances. Daarom werd het kanaal uiteindelijk vanuit Nieuwendam gegraven met als gevolg dat allerlei belangrijke economische ontwikkelingen aan de Zaanstreek voorbij gingen.

Pas toen het IJ werd drooggelegd en het Noordzeekanaal tussen 1873 en 1876 werd gegraven, beleefde de Zaan weer een opleving. De haven van Zaandam nam snel in betekenis toe met enorme aanvoer van hout. Overigens was de zgn. Nieuwe Haven al in 1650 aangelegd tussen de Lage Horn en de Hoogendijk. Ondiepte in de Zaan ter hoogte van oliemolen De Ooievaar, anno 1910.De Nieuwe Zeehaven werd in 1911 geopend. Het prachtige havenfront van de Dam was toen al verdwenen. In 1908 werd het water gedempt, waarop de huidige Dam werd aangelegd.

Net als met de aanleg van het Noordhollands kanaal beleefde de Zaanstreek ook tal van discussies over het uitdiepen van de Zaan, die tal van ondieptes kenden. De discussies tussen de kooplieden en de gemeente-besturen duurden liefst zestig jaar! Pas op 27 oktober 1911 besloten de colleges tot uitbaggeren van de voorname vaarweg.

Het economische belang van een goede bevaarbare Zaan was iedereen wel duidelijk, maar wie moest dat betalen? In elk geval was de dichter Bierman in de negentiende eeuw duidelijk. Hij schreef:

Krul uw haren, schoone Zaan!De Zaan ter hoogte van de fabriek van  Zwaardemaker, anno 1921.

Voer en vrede en welvaart aan.

Meng uw nat met zilter golven

Zaanland! breedt haar bedding uit.

Delft hem op den kost'bren buit

In haar rijke schoot bedolven!

Wilhelminasluis

De sluis in de Dam was aanvankelijk overkoepeld, zodat het verkeer op de Dam gewoon kon doorgaan.  De Dam vanaf de Voorzaan gezien met links de Overtoom, anno 1713.Er waren tal van kroegen als De Hollandsche Tuin, De Otter, Het Wapen van Amsterdam e.d. gevestigd en de veerschuiten van Amsterdam legden pal voor de deur aan. Maar met de opkomst van de scheepsbouw op de Achterzaan werd de sluis te klein. Daarom werd in 1605 octrooi verleend voor de bouw van een overtoom over de Dam. Dit was een wereldwonder van techniek. Wilhelminasluis, anno 1911.De grote scheepsrompen, die aan de werven op de Achterzaan werden gebouwd, werden over de Dam heen gehaald. Dat leverde veel werk op voor honderden mensen, maar was erg kostbaar. Toch functioneerde deze overtoom ruim honderd jaar. De schepen werden op de Voorzaan afgebouwd.

Uiteindelijk besloot men naast de overkluisde sluis een nieuwe sluis te leggen. Uiteindelijk werd ook die te klein, waarop in 1901 de huidige Wilhelminasluis werd gebouwd. Deze werd in 1964 vergroot, waarbij het schitterende havenkantoor het loodje legde.

Sindsdien is de situatie in het hartje van Zaandam ongewijzigd.


 

 

 

Design & Development © 2006 i-match.nl, alle rechten voorbehouden.