Vermaak op de Zaan 

Honderden  jaren vormde de Zaan het centrum van het vermaak in de streek. Zeilwedstrijden, admiraalzeilen en – ’s winters – ongebreideld ijsvermaak vormden de hoofdmoot van de festiviteiten. Vooral dat laatste was een tomeloos vermaak, waarbij de liefhebbers van heinde en verre naar de Zaan kwamen. In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstonden de eerste ijsclubs in de Zaanstreek. Daarvoor regelden zogenaamde ijscommissie de vermakelijkheden. Deze commissie werden gevormd door de notabelen van de dorpen, die er voor zorgden dat er harddraverijen met de arreslee werden georganiseerd en later ook hardrijderijen en schoonrijderijen. In Wormerveer lag de ijsbaan ter hoogte van de herberg De Jonge Prins, waarvan de eigenaar ook heel wat evenementen organiseerde om zo zijn klandizie wat op te voeren. Aan het eind van de 19e eeuw werd er ook wel eens een baan aangelegd even ten noorden van de Zaanbrug.

In Zaandijk lag de baan van ijsclub Thialf traditioneel achter herberg De Zwaan, die even ten noorden van de huidige Julianabrug stond. Toen later het ‘gewone’ volk ijsclub Willem Barentsz oprichtte, legde deze vereniging zijn baan, zodra dat kon, ter hoogte van de sluis. In Zaandam werd in 1864 De IJsclub opgericht door de notabelen van de stad. En zij zorgden voor een enorme stroom activiteiten, zodra dat mogelijk was. In 1895 verscheen er een complete kermis op het ijs van de Zaan. Er werden berennummers vertoond. De fanfare van de schutterij trok in een feestelijke stoet over het ijs. Er brandden teertonnen en duizenden lampions. Nog nooit was er zo’n feest op de Zaan gehouden.

Op het ijs aan de Zaan

Hoe indrukwekkend vooral het ijsvermaak in de Zaanstreek was, legde de Monnickendammer Jan Bakker Jsz al in 1847 vast in een lang gedicht onder de titel: Op het ijs aan de Zaan. Nergens kon je mooier en leuker schaatsen dan op de twaalf kilometer lange stroom door de Zaanstreek, waar lang meer dan honderd molens aan de oevers stonden en buitenlanders steevast een kijkje kwamen nemen, omdat die molens en de woningen in allerlei bonte tinten geschilderd waren.

Wie den warmen haard verkiest,
Huivert als het buiten vriest,
En voor ieder togtje beeft,
Van het ijs een afschuw heeft,
‘k Wijd hem mijnen zangtoon niet,
’t Was vergeefs voor hem geschied.

Suffers bij den warmen haard,
Die maar op de kooltjes staart,
Onvermoeid, als kwam er goud
Van het uitgebrande hout,
Welk genot uw vuurt biedt
Ik benijd uw wellust niet.

Rijdend’op de gladde baan,
Treft men meerder vreugde aan
Frisch, gezond en wel ter been,
Rijden honderd paren heen,
Geen gevaar! Het ijs is sterk.
Vrienden! Welk een prettig werk!

Vrienden! Doet ge een toertje mee?
Daar gaat toog en arreslee.
Komt, op schaatsen – vlug vooruit.
Onze vaart wordt niet gestuit.
Spoedig naar de beste baan
Op d’aloud’ beroemde Zaan

Naar de Zaan? Kom, dat is goed!
Niets geeft zo veel vreugd en moed
Daar is ’t vrolijkste vermaak.
Daar heerscht kunst en goede smaak
Laat ons vrolijk henen gaan
Naar d’aloud’ beroemde Zaan.

Zulk ene pracht en netten winter
Vindt men nergens zo als hier
Zulke rijders vindt men niet
Als de brede Zaanstroom biedt.
Al ’t vermaak moet achterstaan
Bij de vreugde aan de Zaan!

Ziet ge wel die groote schaar
En die lieve dame, daar?
Zie vooral, hoe vlug en schoon
Spreidt zij hare kunst ten toon
Vlugger dan op ’t ijs der Zaan
Treft men geene meisjes aan!

Wilt gij op het gladde ijs
Mededingen naar den prijs
Wilt gij arren, zeilen, ziet!
Alles ropet u toe: geniet!
Nergens kan men beter gaan
Dan op d’íjsbaan van de Zaan!

Telkens als de winter naakt
En mijn voet het ijs maar raakt
Is de Zaan de schoonste togt
Die ik ooit volbrengen mogt.
Wilt gij op schaatsen zijn voldaan?
Rijdt dan naar d’aloude Zaan!

De wedstrijd te Zaandam

Beroemd waren ook de zeilpartijen op de Zaan. Elke zichzelf respecterende koopman in de Zaanstreek had al in de zeventiende eeuw een boeijer achter zijn huis liggen. Dat was niet alleen voor het plezier, maar ook omdat vervoer buiten de streek anders niet mogelijk was. Voor de dames was er natuurlijk het glazen tentjachtje, waarmee zij zich door de boeierknecht naar de plaats van bestemming konden laten brengen. Zo’n tentjachtje kon ook met roeispanen voortbewogen worden. Roeischuitjes lagen trouwens ook overal afgemeerd.

De heren lieten zich op mooie – winderige – zomerdagen ook graag verleiden om pleziertochtjes met hun familie te maken aan boord van de boeijer. De 27ste juli 1850 was een historische dag, want toen werd er een zeer groot en belangrijk zeilevenement op de Zaan gehouden. Op 25 oktober van dat jaar hield N.A. van Charante, waarvan de woonplaats onbekend is, een voordracht voor de leden van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen in Zaandam, waarin hij de wedstrijd in een ellenlang gedicht bewierookte. Het was een spektakel van de eerste orde geworden. Compleet met muziek en vuurwerk.

Jub’lend aan de groene zoomen
Wordt het feest’lijk uur verbeid
Dobb’rend op de zilv’ren stroomen
Schaart zich alles tot den strijd
’t Zeilenklepp’ren, ‘t vlaggenwaaijen
’t Bont gewemel op den vloed
’t Blij gewuif met muts en hoed
’t Dav’ren van ‘t wien Neerlands bloed
Fluit-, trompet-en hoorngeschallen
Flikk’rend vuur-en donderknallen
Roept de dagen van weleer
Velen in ’t geheugen weer.

’t Was toen vloten zeilree lagen
Op dienzelfden waterbaan
Als zij ’t sein ten afvaart zagen
’t Wapp’rend doek in top zou staan
’t Was de strijd der Admiralen
Als, na ’t feest’lijk roem behalen,
’t Rijk, met goud gesierde jacht
Nog met vlag en wimpelpracht
Als verwinnaar werd bevracht
Enm met lof van duizend monden
Die zijn vlugge vaart verkonden
Bovendien de snelle faam
Hulde bragt aan ’s vlootvoogds naam.


 

 

 

Design & Development © 2006 i-match.nl, alle rechten voorbehouden.